Kiezen voor een eigen koers in de maakindustrie

Niet gespeend van enige kennis in de maakindustrie startte Eric-Jan Willems (1965) vorig jaar zijn adviesbedrijf voor het mkb in de maakindustrie: WBF Advies te Hooge Mierde. Achttien jaar lang heeft hij zijn sporen verdiend in de maakindustrie, waarvan negen jaar als ondernemer.

‘Ik weet dus waar ik het over heb als ik ondernemers adviseer. De dynamiek van het familiebedrijf ken ik van binnenuit. Op jonge leeftijd kwam ik in aanraking met innovatieve aluminiumtoepassingen bij Imco Holland en stond mede aan het roer van Cargo Units, een familiebedrijf dat units produceerde voor intern- en extern transport, met zelf ontworpen producten, die ook werden geëxporteerd.’

In korte tijd wist hij een solide structuur op te bouwen en gezamenlijk een substantiële groei te realiseren. Toen het tij keerde, greep hij op tijd in waardoor het bedrijf zonder al te grote verliezen kon worden overgedragen aan een nieuwe koper HLM carrosserie. Daar heeft hij nog drie jaar als verkoopleider gewerkt voordat hij de overstap maakte naar het bankwezen als interim financieringsspecialist business banking. De afgelopen negen jaar heeft hij opdrachten vervuld bij ABN AMRO, Deutsche bank, FGH, Fortis, Rabobank en SNS waarvan de laatste vijf jaar als zelfstandig interim financieringsspecialist tot januari van dit jaar. Sinds mei 2016 leidt hij zijn eigen bedrijf WBF advies.

Uitdagingen

‘Ons land kent traditioneel een grote variëteit aan industriële toeleveranciers in het midden- en kleinbedrijf. De belangrijkste uitdaging voor deze ondernemers is om toekomstbestendig te zijn, om wendbaar in te kunnen spelen op veranderingen’, meent Willems.

‘De productie in de maakindustrie verandert van karakter en is minder voorspelbaar. Producten hebben een steeds kortere levenscyclus, waardoor bedrijven zich steeds meer moeten instellen op wisselende productievolumes, kortere levertijden, kleinere series en het produceren van klantspecifieke varianten. Als toeleverancier in de maakindustrie heb je twee keuzes: excelleren in kwaliteit, leverbetrouwbaarheid én lage kosten (bijvoorbeeld door investering in innovatieve oplossingen) of transformeren naar eigen productontwikkeling’, aldus de adviseur.

Kiezen voor een eigen koers

De meeste bedrijven in de maakindustrie zijn familiebedrijven en toeleveranciers van OEM’ers. Volgens Willems schuiven leveranciers steeds meer op richting eigen productontwikkeling en distributie. ‘Dat is geen eenvoudige opgave. Het vraagt een helder inzicht in toekomstige marktontwikkelingen, oog voor innovaties en een duidelijk beeld van kansen en opbrengsten. Veel ondernemers in de maakindustrie zijn ervan overtuigd dat ze als OEM’er meer regie hebben en hogere marges kunnen behalen. Die voordelen zijn er wellicht ook, maar de weg ernaartoe is niet voor iedereen even haalbaar. Dikwijls zijn ondernemers meer op techniek gericht en minder op de bedrijfskundige, organisatorische en financiële aspecten die bij een dergelijke transitie komen kijken’, weet Willems.

Het verhaal achter de cijfers

‘Veel adviseurs in de maakindustrie focussen tot nu toe vooral op cijfers en data.’ Volgens Willems zijn er steeds meer aanwijzingen dat je met kwantificeren alleen slechts een deel van de werkelijkheid belicht. ‘Waar het om gaat, is het verhaal achter de cijfers. De persoonlijke ervaringen en leeropbrengsten, de bevlogenheid, kwaliteiten en ambities van de ondernemer, de manier waarop iemand anderen weet te enthousiasmeren en overtuigen. Hoe pak je uitdagingen op? Hoe zoek je de samenwerking? Wanneer schakel je ondersteuning in om verder te komen en kies je voor een bredere blik op je onderneming?’

Willems denkt dat het inschakelen van een extern adviseur met een brede oriëntatie en expertise soelaas zou kunnen bieden om de continuïteit voor de lange termijn te waarborgen. Hij onderbouwt dat als volgt: ‘Wie ambities heeft om door te groeien, zal behoefte hebben aan een doortimmerd bedrijfsplan. De ondernemer zal daarvoor een toekomstperspectief en innovaties dienen te ontwikkelen die aansluiten op een marktvraag zonder te concurreren met zijn eigen klanten. Daarnaast is een investeringsplan nodig om de ambities mogelijk te maken. In dit hele proces dient nauw te worden samengewerkt met klanten en leveranciers om maximale waarde toe te voegen. In deze gevallen is het geen overbodige luxe om zo nu en dan een externe adviseur in te schakelen, die verder kijkt dan de cijfers en met ondernemers meedenkt om noodzakelijke vernieuwingen tot stand te brengen.’

‘Je wilt als ondernemer niet alleen deskundig advies en ondersteuning, maar ook een klankbord voor je specifieke behoeften in de maakindustrie. Ik ondersteun die bedrijven graag bij hun ambities en strategische keuzes en blijf zoeken naar de best mogelijke oplossingen’, besluit Willems.

WBF in het nieuws in Vraag en Aanbod, klik op; http://bit.ly/2tHumOq